Uw elektrische wagen laden via het mobiliteitsbudget (2026)
28 aug 2026
)
Uw elektrische wagen opladen met uw mobiliteitsbudget: hoe werkt het?
Wie voor het eerst een mobiliteitsbudget krijgt, maakt bijna altijd dezelfde denkfout: de wagen zit in pijler 1, dus de stroom om die wagen te laden zal wel uit pijler 2 komen, ergens tussen het treinabonnement en de fiets. Dat klopt niet. En het is geen detail voor boekhouders: het bepaalt rechtstreeks hoeveel u eind december nog in cash overhoudt. Hieronder leest u wie wat betaalt, thuis en onderweg, wat er met uw laadpaal gebeurt en welke drie situaties zich in de praktijk voordoen.
Kort antwoord: uit welke pijler komen uw laadkosten?
Uw laadkosten komen uit pijler 1, samen met de wagen zelf. Elektriciteit, laadpas en laadpaal staan uitdrukkelijk in de limitatieve lijst van kosten die aan pijler 1 worden aangerekend, op voorwaarde dat het bedrijfswagenbeleid van uw werkgever in de financiering ervan voorziet.
Daaruit volgt iets wat de meeste collega's niet zien aankomen. Uw mobiliteitsbudget is één pot. Alles wat uw wagen kost, energie inbegrepen, gaat er eerst af. Wat overblijft, kunt u in pijler 2 besteden of in pijler 3 laten uitbetalen. Zuiniger rijden en goedkoper laden verhogen dus letterlijk uw saldo.
Even opfrissen: de drie pijlers in 2026
Pijler 1, sinds 2026 enkel nog een volledig elektrische wagen
Sinds 1 januari 2026 komt in pijler 1 nog maar één type wagen in aanmerking: een milieuvriendelijke bedrijfswagen zonder CO2-uitstoot, dus een volledig elektrisch of waterstofvoertuig. Belangrijk: die norm wordt beoordeeld op de datum van de ondertekende bestelbon of van het afgesloten leasingcontract, niet op de leverdatum of de inschrijving. Ligt die datum vóór 1 januari 2026, dan verandert er niets aan de behandeling van uw wagen.
De wagen die u in pijler 1 kiest, ondergaat exact dezelfde sociale en fiscale behandeling als een klassieke bedrijfswagen. U betaalt er dus een voordeel van alle aard op, en uw werkgever een CO2-solidariteitsbijdrage.
Twee grenzen die vaak voor ontgoocheling zorgen: u kunt uw eigen wagen niet als pijler 1-wagen inbrengen, en u kunt met uw budget ook zelf geen wagen kopen. Enkel een wagen die uw werkgever ter beschikking stelt, komt in aanmerking.
Pijler 2, duurzame mobiliteit en huisvesting
Alles wat u in pijler 2 uitgeeft, is volledig vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en belastingen. Deze pijler dekt onder meer zachte mobiliteit (fiets, speed pedelec, step, elektrische motorfiets), abonnementen voor het openbaar vervoer, ook voor uw inwonende gezinsleden, georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, deeloplossingen zoals carpooling, autodelen en taxi, en huisvestingskosten binnen een straal van 10 kilometer van uw normale plaats van tewerkstelling. Bij die huisvestingskosten horen huur, hypothecaire interesten en kapitaalaflossingen, maar geen verhuiskosten. De fietsvergoeding is in 2026 fiscaal vrijgesteld tot € 0,37 per kilometer, met een jaarplafond van € 3.700.
Let op twee zaken: vliegtuigtickets komen niet in aanmerking, en sinds 1 januari 2026 moeten ook de gemotoriseerde voertuigen in pijler 2 emissievrij zijn.
Pijler 3, het saldo in cash
Wat u niet uitgeeft, wordt één keer per jaar uitbetaald, uiterlijk samen met het loon van januari. Dat saldo is volledig vrijgesteld van belastingen en van gewone socialezekerheidsbijdragen, maar er is wel een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% verschuldigd. In ruil telt het saldo mee voor uw pensioen en voor uw ziekte- en werkloosheidsuitkering.
Voor 2026 bedraagt het mobiliteitsbudget minimaal € 3.233 en maximaal € 17.244 per kalenderjaar, met daarnaast het wettelijke plafond van een vijfde van uw totale brutoloon.
Het bedrag zelf wordt berekend op basis van de TCO-formule van uw referentiewagen, dus de totale jaarlijkse kostprijs van de bedrijfswagen waarop u recht had. Hoe duurder die referentiewagen, hoe groter uw budget.
Laadkosten van een pijler 1-wagen: wie betaalt wat?
Kostenpost | Aangerekend op | Voorwaarde |
Administratiekosten van tank- en laadkaarten | Pijler 1 | Idem |
Laadstation en installatie | Pijler 1, als jaarlijkse afschrijving van 20% | Idem |
Onderhoud en herstelling van het laadstation | Pijler 1 | Idem |
Beheerskosten van laadpaal en laadkabel | Pijler 1 | Idem |
Tol- en parkeerkosten | Pijler 1 | Idem |
Opladen van een deelwagen | Pijler 2, rubriek deeloplossingen | Tenzij dezelfde werknemer die deelwagen hoofdzakelijk gebruikt |
Opladen van uw privéwagen | Geen enkele pijler | Een eigen wagen komt niet in aanmerking voor pijler 1 |
Bron: *mobiliteitsbudget.be*, officiële FAQ 'Waar kan je het mobiliteitsbudget aan besteden?', geraadpleegd op 26 augustus 2026.
Wat uw car policy hierover moet zeggen
De voorwaarde is dubbel, en ze wordt zelden uitgelegd. Een laadkost kan alleen op uw budget worden aangerekend als hij niet al in het lease- of huurcontract zit, én als het bedrijfswagenbeleid uitdrukkelijk in de financiering ervan voorziet.
Zwijgt uw car policy over de laadkosten, dan worden ze ook niet van uw budget afgetrokken. Alleen betaalt uw werkgever ze dan evenmin. Drie vragen die u dus best stelt vóór u tekent: neemt mijn werkgever het thuisladen ten laste, krijg ik een laadpas voor onderweg, en worden die kosten aan mijn budget aangerekend of niet?
Thuisladen en de terugbetaling van uw elektriciteit
Als uw werkgever uw thuisverbruik terugbetaalt, gebeurt dat doorgaans aan het forfaitaire tarief dat de CREG per kwartaal en per gewest publiceert. Voor het derde kwartaal van 2026 bedraagt dat forfait € 0,3222 per kWh in Vlaanderen, € 0,3719 in Brussel en € 0,3783 in Wallonië. Uw werkgever past het tarief van uw woongewest toe, of, als hij één tarief voor het hele bedrijf wil hanteren, het laagste van de drie.
Dat forfait is een maximum, en het is aan vier voorwaarden gebonden: de laadpaal wordt door uw werkgever ter beschikking gesteld, hij beschikt over een communicatiesysteem dat het verbruik meet, de terugbetaling staat in de car policy, en enkel de stroom van de bedrijfswagen wordt terugbetaald. Sinds de circulaire van 17 juni 2025 is dit forfaitaire stelsel permanent geworden, in plaats van een tolerantie die jaar na jaar werd verlengd.
Concreet gebeurt de terugbetaling dus per kWh, op basis van de meting van uw laadpaal, en niet forfaitair per maand. Goed nieuws voor uw belastingaangifte: die terugbetaling creëert geen extra voordeel van alle aard. Het VAA van de wagen dekt de elektriciteit al.
Laden onderweg met een laadpas
Ja, u kunt uw laadpas met uw mobiliteitsbudget betalen, maar uit pijler 1 en niet uit pijler 2: zowel het kilowattuur als de administratiekosten van de pas komen op de wagen terecht. Hier zit een addertje onder het gras dat weinig collega's zien: op eenzelfde laadpaal kan de prijs met tientallen procenten verschillen naargelang de pas waarmee u laadt, door sessiekosten, tijdstoeslagen en roamingmarges. Vergelijk laadpassen dus vóór u er een kiest: die moeite verdient u in een jaar ruimschoots terug. Publiek snelladen kost in België doorgaans tussen € 0,55 en € 0,75 per kWh.
En de laadpaal bij u thuis?
De laadpaal zelf wordt ook uit pijler 1 gefinancierd. Zit hij mee in het leasingcontract, dan is de kost al in de leasingprijs verrekend. Is uw werkgever eigenaar van de paal, dan wordt niet de volledige aankoopprijs aangerekend, maar een jaarlijkse afschrijving van 20% van de kostprijs van het laadstation en de installatie. Onderhoud, herstellingen en beheerskosten van paal en kabel volgen dezelfde logica. Er komt geen apart voordeel van alle aard bij.
Blijft één vraag over waarop de wetgeving geen antwoord geeft: wat gebeurt er met die paal als u van werkgever verandert? Formeel is het toestel bedrijfsmateriaal dat u teruggeeft, zoals de wagen. In de praktijk hangt hij vast aan uw woning, wat aanleiding kan geven tot een discussie over natrekking. De enige echte bescherming is contractueel: laat in de car policy vastleggen wie eigenaar is en wat er bij uitdiensttreding gebeurt, bij voorkeur via een opstalrecht. Vraag het na vóór u een laadpaal laat installeren, niet erna.
Drie situaties, drie antwoorden
U kiest een elektrische wagen in pijler 1
Uw wagen en al zijn kosten worden eerst van het budget afgetrokken: leasing, verzekering, verkeersbelasting, solidariteitsbijdrage, en dus ook uw stroom. Wat overblijft, gaat naar pijler 2 of naar pijler 3. Uw hefboom zit volledig in het verbruik en in de plaats waar u laadt.
U kiest geen wagen en gebruikt deelmobiliteit
Zonder pijler 1-wagen komt uw volledige budget vrij voor pijler 2 en pijler 3. Laadt u een deelwagen op, dan valt die kost onder de rubriek deeloplossingen van pijler 2, en is hij dus volledig vrijgesteld. Eén nuance: gebruikt u die deelwagen hoofdzakelijk alleen, dan beschouwt de wetgever hem als een pijler 1-wagen, met alle gevolgen van dien.
U hebt geen eigen oprit
Woont u in een appartement of huurt u zonder eigen staanplaats, dan is thuisladen geen optie, en valt het goedkoopste tarief weg. Uw laadmix wordt dan kantoor plus publiek snelladen. Regel dit vóór u uw wagen bestelt: dat uw laadpas werkt op de stations in uw buurt en op uw route, dat uw werkgever rechtstreeks gefactureerd wordt zodat u geen kosten hoeft voor te schieten, en dat u een voorkeurtarief geniet in plaats van het publieke tarief aan de paal. Met een netwerk van snelle laadpalen op vaste punten van uw traject wordt laden een routine van twintig minuten in plaats van een wekelijkse zoektocht. Meer daarover leest u in ons overzicht van publiek laden in België.
Zo houdt u meer over van uw budget
Vijf hefbomen, van de meest naar de minst rendabele.
Kies een zuinige wagen. Elk kilowattuur dat u niet verbruikt, blijft in uw budget. Twee wagens uit hetzelfde segment kunnen 4 kWh per 100 kilometer verschillen, wat op jaarbasis snel oploopt.
Laad zoveel mogelijk thuis of op kantoor. Neem twee collega's met hetzelfde budget, dezelfde wagen en 15.000 kilometer per jaar aan 17 kWh per 100 kilometer, dus 2.550 kWh. Wie thuis laadt in Vlaanderen, aan het CREG-forfait van Q3 2026, verbruikt ongeveer € 822 van zijn budget. Wie uitsluitend publiek snellaadt aan € 0,65 per kWh, verbruikt er € 1.658 van. Eind december houdt de eerste ruim € 800 meer over, voor exact dezelfde kilometers.
Kijk naar uw laadpas, niet enkel naar de laadpaal. Zie hierboven: dezelfde stroom, een andere factuur. Wat opladen u echt kost hangt meer af van uw contract dan van uw wagen.
Vraag welke formule uw werkgever gebruikt. Bij de forfaitaire formule wordt de verbruikskost op nul gezet als u noch een tankkaart noch een laadkaart hebt. Bij de werkelijke kostenformule telt elke kilowattuur mee. Dat verandert de berekening grondig.
Plan uw uitgaven in pijler 2 vóór het jaareinde. Wat u niet besteedt, wordt uitbetaald na afhouding van 38,07%. Een uitgave in pijler 2 is volledig vrijgesteld, en levert dus meer op dan hetzelfde bedrag in cash.
Bent u werkgever? Leg in uw car policy minstens vier zaken vast: welke laadkosten u ten laste neemt, aan welk tarief u het thuisladen terugbetaalt, wie eigenaar is van de laadpaal en wat er bij uitdiensttreding mee gebeurt, en of u de werkelijke kostenformule dan wel de forfaitaire formule toepast. Noteer daarbij dat het mobiliteitsbudget vandaag nog altijd vrijwillig is. De aangekondigde verplichting voor werkgevers is uitgesteld: ze zou ten vroegste op 1 januari 2027 ingaan voor bedrijven met minstens 50 werknemers en op 1 januari 2028 voor bedrijven met 15 tot 49 werknemers, met een vrijstelling onder de 15 werknemers. De wetteksten zijn nog niet gepubliceerd.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn elektrische wagen opladen met mijn mobiliteitsbudget?
Ja, als het gaat om een bedrijfswagen uit pijler 1 en uw car policy in de financiering van de laadkosten voorziet. Uw eigen privéwagen opladen kan met geen enkele pijler.
Uit welke pijler komen de laadkosten van mijn bedrijfswagen?
Uit pijler 1. Elektriciteit, laadpas, laadpaal, onderhoud en beheerskosten staan alle vijf in de limitatieve lijst van kosten die aan pijler 1 worden toegerekend.
Betaalt mijn werkgever mijn thuislaadpaal?
Alleen als uw bedrijfswagenbeleid dat voorziet. De kost wordt dan aangerekend op pijler 1, als jaarlijkse afschrijving van 20% van de paal en zijn installatie.
Wat gebeurt er met mijn laadpaal als ik van werkgever verander?
De wet regelt dat niet. Alles hangt af van wat er in uw car policy staat over eigendom en uitdiensttreding. Laat dat contractueel vastleggen, idealiter via een opstalrecht.
Hoeveel bedraagt het mobiliteitsbudget in 2026?
Minimaal € 3.233 en maximaal € 17.244 per kalenderjaar, met daarnaast het wettelijke plafond van een vijfde van uw totale brutoloon.
Wat u moet onthouden
Uw laadkosten zitten in pijler 1, niet in pijler 2. Dat ene gegeven verandert de manier waarop u uw wagen en uw laadgewoonten kiest: elke euro stroom die uw werkgever betaalt, gaat af van hetzelfde budget waaruit uw treinabonnement, uw fiets of uw cashsaldo komt. Wie zuinig rijdt, zoveel mogelijk thuis of op kantoor laadt en een laadpas met een scherp tarief kiest, houdt op jaarbasis makkelijk enkele honderden euro's meer over. Hebt u geen eigen oprit, regel dan vóór de bestelling hoe en waar u onderweg zult laden.
Op het Electra-netwerk laadt u aan snelle laadpalen die tot 400 kW leveren, met Autocharge: de laadbeurt start automatisch, zonder badge of app. Twee formules verlagen uw kostprijs per kilowattuur, en beide geven u de Electra laadpas gratis.
Electra+ Essential: € 1,99 per maand zonder verbintenis, € 0,10 korting per kWh op elke laadbeurt op het Electra-netwerk.
Electra+ Smart: € 4,99 per maand zonder verbintenis, € 0,20 korting per kWh op elke laadbeurt op het Electra-netwerk.
Beide formules geven toegang tot een voorkeurtarief van € 0,59 per kWh bij Atlante, Fastned en Ionity. Wie per jaar betaalt, krijgt 16% korting op het abonnement.
Bron: *Electra+*, geraadpleegd op 26 augustus 2026.
Wilt u de Electra-stations in uw buurt terugvinden? Download de app in de App Store of op Google Play.
Stand van zaken op 26 augustus 2026. De regels rond het mobiliteitsbudget evolueren: raadpleeg de car policy van uw werkgever en mobiliteitsbudget.be voor uw eigen situatie.
Anneleen, mobility specialist at Electra
De enige laad-app die je nodig hebt
4.5/5
in de stores
)
)
)